De Finse ontwerper Eero Aarnio, die van 1954 tot 1957 aan het Instituut voor Industriële Kunsten in Helsinki studeerde, was een van de eersten die het gebruik van plastic voor design voorwerpen introduceerde. In 1962 richtte Eero Aarnio een atelier voor interieurdecoratie en industriële vormgeving op, maar ook werkte hij als grafisch ontwerper en fotograaf. In de beginjaren van zijn carrière volgde Aarnio de Finse traditie, waarbij voornamelijk natuurlijke materialen werden toegepast voor ontwerpen zoals bij "Jattujakkare", een rieten stoel.
In de jaren zestig experimenteerde Eero Aarnio echter steeds meer met de nieuwe plastic materialen en ontwikkelde daarbij een voorkeur voor glasvezel. In 1963 ontwierp hij de legendarische "Ball Chair "of "Globe Chair". Een bolvormige zitschaal van kunststof versterkt met glasvezel aangesloten op een smalle sokkel met een brede onderkant en een ronde opening in de voorzijde, waar men al zittend op de gestoffeerde binnenkant, doorheen kan kijken. De wereldbol dempt alle geluiden van buitenaf, maar van binnen worden geluiden juist versterkt. De globe biedt iedereen die binnen zit een beschermende en intieme ruimte.
De Eero Aarnio "Bubble Chair" (1968) toonde een verdere ontwikkeling, een die het cocooning effect nog meer versterkte. De schaal van deze stoel is gemaakt van transparant Lucite en is opgehangen aan het plafond. Voor de stoel "Plastil" (ontworpen in 1968), ontving Eero Aarnio de Amerikaanse Industrial Design Award. Dit ontwerp werd gevolgd door vele andere zitplaats objecten, waarin Eero Aarnio de organische stoelvorm voortzette, uitgevoerd in nieuwe plastic materialen en in Pop kleuren. Hoewel Eero Aarnio's design objecten dateren uit het pop-tijdperk, verafschuwde hij de wegwerpmaatschappij ethiek van de jaren 1960 en 1970. Eero Aarnio onderzocht juist de mogelijkheden van plastic als het nieuwe materiaal, terwijl hij trouw bleef aan de Scandinavische traditie van kwaliteit en duurzaamheid.